Olietanker


Door: Richard

Column: Olie-industrie op Bonaire!

Olie en mensen. Een prettig huwelijk waar noodgedwongen over 30 jaar een onafwendbaar einde aan zal komen. De olievoorraden zijn namelijk eindig. Het zwarte goud heeft de mensheid de laatste eeuw enorm veel welvaart gebracht.

Olie is in de loop van honderden miljoenen jaren ontstaan en wordt er nu in amper 150 jaar er doorheen gejaagd door de mensheid. Het stroperige goedje wordt op talloze plekken op de aardbol uit de grond gezogen, geraffineerd en op- en overgeslagen.

Ook Curaçao en Aruba hebben een belangrijke rol gespeeld in de mondiale olie-industrie. De twee eilanden kwamen in beeld toen in Venezuela in de jaren 30 van de vorige eeuw rijke olievelden werden gevonden. De buitenlandse oliemaatschappijen die de olie boven de grond brachten, vonden het Zuid-Amerikaanse land echter politiek instabiel en kozen ervoor om de raffinage van de olie naar Curaçao en Aruba te verplaatsen.

De twee Caribische eilanden liggen dan ook pal voor de kust van het land van Hugo Chávez, waarbij Curaçao ook nog eens een diepe natuurlijke haven bezit, handig voor olietankers. Daarnaast heerste er destijds op de twee Benedenwindse Eilanden de gewenste politieke en sociale stabiliteit.

Tweede Wereldoorlog

Zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog was er voor Curaçao en Aruba een sleutelrol weggelegd. Het grootste deel van de kerosine voor de vliegtuigen van de geallieerden kwam namelijk van de twee Caribische eilanden. De Engelsen, Fransen en Amerikanen hadden een luchtvloot van duizenden vliegtuigen die ze in de lucht moesten houden.

En vliegtuigen waren belangrijk in de oorlog. De Duitsers waren al de baas op de oceanen en wereldzeeën. De 800 U-boten van de nazi’s torpedeerden gedurende de oorlog ruim 5.000 civiele en militaire schepen van de geallieerden naar de bodem van de zee.

In eerste instantie gaven de Duitsers de bemanning en passagiers van de geallieerden nog de gelegenheid om de schepen levend te verlaten. Later in de oorlog kwam deze waarschuwing niet meer en werd alles direct aan gort geschoten wat in het vizier van de periscoop kwam van de dodelijke onderzeeboten.

Als de Duitsers ook nog de hegemonie in de lucht zouden verwerven, zouden de geallieerden definitief buitenspel zijn gezet. Duitse generaals realiseerden zich dit maar al te goed. De 'Kriegsmarine' stuurde daarom een heel peloton duikboten naar Aruba en Curaçao. De Duitse onderzeeërs hebben uiteindelijk veel dood en verderf rondom de eilanden gezaaid, maar zijn er toch niet in geslaagd om de gigantische raffinaderijen op de twee Caribische eilanden te vernietigen.

Supermammoettankers

De rol in de mondiale olie-industrie van het andere ABC-eiland is veel bescheidener. Pas in 1973 werd Bonaire door de oliemultinationals ontdekt als ideale op- en overslagplaats voor olie in de Caribische regio. In het genoemde jaar werden er twaalf grote en elf kleine opslagtanks gebouwd voor vloeibare aardolieproducten. Olieraffinage heeft nooit plaatsgevonden op het Nederlandse duikeiland.

Voor het vervoer van olie worden onder meer olietankers ingezet, al sinds 1876. Wereldwijd dobberen er nu ongeveer 4.000 olietankers rond. Zij verdelen de olie over de aardbol. Maar de ene tanker is de andere niet.

De koningsklasse onder de tankers, de supermammoettankers, hebben een lengte van 400 meter waarbij hun immense scheepsbuiken zwanger kunnen zijn van meer dan 500 miljoen liter ruwe olie. De lading van zo’n gigantisch schip vertegenwoordigt de astronomische waarde van 100 miljoen euro!

Dit soort met olie volgepropte zeeschuitjes hebben een enorme diepgang. Maar liefst 25 meter van de tanker verdwijnt brutaal onder het wateroppervlak. Er zijn maar een paar havens in de wereld die voldoende uitgediept zijn om dit soort schepen te kunnen ontvangen. Bonaire behoort daar ook bij.

Olietanker Bonaire

Ook de havens van het olierijke Venezuela zijn te ondiep voor de supermammoettankers. De Venezuelanen zochten naar oplossingen en vonden de sleutel op Bonaire. Bonaire heeft zogezegd wel een diepe haven.

Daarnaast ligt het eiland op slechts 80 kilometer van de kust van Venezuela. De olie kan vanuit grote schuitjes worden overgeslagen naar kleine schuitjes op het Caribische eiland. Deze kleine schuitjes kunnen dan koers zetten naar het land van Hugo Chávez en visa versa. 

Zwaar weer

De olie-industrie heeft Bonaire door de jaren heen veel werkgelegenheid en welvaart gebracht. Maar op acht september 2010 was de bevolking van Bonaire niet zo blij met de olieactiviteiten op het eiland. Op de genoemde datum ging het namelijk gruwelijk mis met twee olieopslagtanks op het terrein van de Bonaire Petroleum Corporation (BOPEC). Extreem slecht weer op Bonaire speelde daarbij een cruciale rol.

Het weer op Bonaire is doorgaans boeiend. Van september tot en met januari valt het Caribische eiland in de regentijd. Regentijd op Bonaire betekent dat zo nu en dan de hemelsluizen wagenwijd worden opengezet en er een enorme hoeveelheden water op het Benedenwindse Eiland neerklettert. 2011 was bijvoorbeeld een extreem nat jaar voor Bonaire. Het eiland werd op 822 mm neerslag getrakteerd, dat is 76,2 procent meer dan normaal.

Door het gebrek aan een rioleringsysteem komt Kralendijk dan kortstondig blank te staan en veranderen de niet-geasfalteerde wegen van het platteland in kolkende rivieren. Natte en droge periodes volgen elkaar op Bonaire overigens sneller op dan dat een kameleon van kleur kan verschieten. Op het ene moment ontstaat er een muur van regen en een paar tellen later demonstreert de zon alweer stoer haar onuitputtelijke krachten.

Doordat het op Bonaire altijd 30 graden Celcius is – in combinatie met een lage luchtvochtigheid – , verdampt het water bovendien razendsnel. Daarnaast kan het weer heel plaatselijk zijn. De zoutpiramides in het zuiden kunnen de hele dag prettig verlicht worden door de zon onderwijl het Washington Slagbaai National Park in het noorden verdrinkt in de regen.

Soms worden de regenbuien op Bonaire begeleid door zwaar onweer. Op het moment dat de atmosfeer instabiel is, kan er een sterk elektrisch veld ontstaan. Het spanningsverschil tussen de bovenkant en de onderkant van een onweersbui kan oplopen tot 300 miljoen volt! Deze opgebouwde spanning wil zich maar al te graag ontladen via het aardse oppervlak. De lucht van Bonaire wordt dan verlicht door honderden lichtflitsen en harde knallen.

Rim Seal Fire

Acht september 2010 was zo’n dag dat de weergoden op Bonaire bijzonder slecht gestemd waren en ze het hele wapenarsenaal uit de kast trokken om daarmee het duikeiland urenlang meedogenloos te geselen. En toen ging het dan ook mis. Gruwelijk mis. Van de honderden bliksemflitsen die die dag het luchtruim van Bonaire verlichtten, troffen er twee doel. En hoe!

Twee olieopslagtanks werden vol geraakt en stonden vrijwel direct in brand. Het betrof een opslagtank met ruwe olie en een opslagtank met nafta. De brand die uitbrak wordt in vakkringen een 'rim seal fire' genoemd, maar daarover later meer. Besloten werd om het vuur gecontroleerd te laten uitbranden. Uiteindelijk stonden de opslagtanks meer dan 40 uur in brand.

Iedereen die tijdens de ramp op Bonaire aanwezig was, heeft gelijk een beeld gekregen van hoe de aarde eruit zal gaan zien gedurende het einde der tijden. De in lichterlaaie staande opslagtanks spuugden vlammen uit van meer dan 150 meter hoog en braakten daarnaast doorlopend een enorme stroom van verstikkende zwarte rook uit.

Uiteindelijk is 32 miljoen liter ruwe olie in rook opgegaan. Gelukkig stond er tijdens het ongeluk een aflandige wind en bleef de bevolking van het eiland een dagenlange verstikkende smog bespaard. Normaal gaat de mondiale olieprijs omhoog als ergens in de wereld oliefaciliteiten in vlammen opgaan, dit keer kwam er vanaf de beurzen geen reactie.

Maar hoe kon dit drama gebeuren? Het heeft te maken met de manier waarop olie wordt opgeslagen. Je kunt olie opslaan in opslagtanks met vaste daken of met drijvende daken. Opslagtanks met vaste daken zijn solide afgesloten opslagtanks. Olieopslagtanks met drijvende daken zijn daarentegen dynamische constructies.

Tussen het drijvende dak en de tankwand bevindt zich een flexibele afdichting, een zogenaamde 'rim seal'. Hierdoor kan het dak omhoog en omlaag bewegen in de opslagtank en zich op deze manier aanpassen aan het olie-nivo binnen de tank. Dit is handig op het moment dat er olie uit de tank wordt gezogen of dat er olie ingepompt wordt.

Aan beide systemen kleven de nodige gevaren. Het nadeel van vaste daken is dat er oliedampen kunnen ontstaan boven de olie binnen de opslagtank. Ontploffingsgevaar ligt dan op de loer. Drijvende daken met rim seals zijn daarentegen zeer gevoelig voor blikseminslagen. Bliksemflitsen zijn namelijk dol op rim seals en willen maar al te graag via deze afsluitbanden contact maken met moedertje aarde.

Bovendien ontsnappen er constant oliedampen langs de rim seals. De combinatie van een hoge bliksemgevoeligheid en lekkende oliedampen leidt tot verhoogd ontploffings- en brandgevaar. En dat scenario voltrok zich ook op Bonaire.

Onderzoek wees later uit dat de BOPEC de risico’s van de rim seals onderschat had en bovendien ontbrak het aan een snelle en adequate brandbestrijding zoals dat beschreven was in het noodplan van de BOPEC. Tegenwoordig wordt er op Bonaire alleen nog maar stookolie opgeslagen en geen ruwe olie en nafta meer. Stookolie is veel minder brandgevaarlijk dan de twee andere genoemde producten.

Gotomeer

Toch blijft het een paradoxaal beeld. Het BOPEC terrein ligt in het noorden van Bonaire waar het grenst aan het Washington Slagbaai Nationaal Park en het Gotomeer, twee uiterst kwetsbare natuurgebieden. Het mooie landschap wordt hier wreed onderbroken door de grauwe olieopslagtanks en grote olietankers. Maar het bedrijf is economisch belangrijk voor het eiland en wordt daarom gekoesterd.

Zogezegd grenst het BOPEC terrein aan het Gotomeer. Het prachtige Gotomeer. Iedereen die voor het eerst kennismaakt met dit prachtige stukje natuur denkt verzeild te zijn geraakt op de set van Jurassic Park. Alsof zo uit het niets een Tyrannosaurus Rex – de grootste vleeseter allertijden met een gewicht van negenduizend kilogram, schoon aan de haak – kan opduiken en jou even met heel veel geweld uit je pick-upje kan komen plukken.Gotomeer

Maar dino’s hebben nooit op Bonaire rondgehuppeld. Toen het duikeiland 60 miljoen jaar geleden uit de oceaan werd geboren waren de dinosauriërs allang weer vertrokken van het aardse toneel…

65 miljoen jaar geleden plofte namelijk een gigantische planetoïde – met een doorsnede van 180 kilometer – neer op Mexico. Dit deed zoveel stof opwaaien dat de aarde jarenlang verduisterde. Resultaat hiervan was dat de temperatuur drastisch daalde op de blauwe planeet. De koudbloedige dino’s konden daar maar slecht tegen en vertrokken noodgedwongen massaal naar de eeuwige jachtvelden.

Maar er is de laatste tijd iets raars aan de hand met het Gotomeer. Het water heeft een ander kleurtje gekregen en de Caribische flamingo’s laten zich er niet meer zien. En dat is zeer opmerkelijk en verontrustend. Vroeger wisten de flamingo’s het Gotomeer massaal te vinden. Het was een belangrijke fourageerplaats voor de rood-roze gekleurde vogels. Maar nu even niet. Hoe kan dat?

Bekend is dat Caribische flamingo’s uiterst gevoelige vogels zijn, die iedere minuscule verandering in hun leefomgeving zullen aangrijpen om direct te vertrekken uit die leefomgeving. Absolute rust is de basisvoorwaarde voor de aanwezigheid van de vogels, maar ook schoon water is een belangrijk punt.

Tegenwoordig is het Gotomeer groengeel gekleurd. En dat is niet normaal. Het kan zijn dat door de gigantische regenval van de laatste tijd de modder van de omliggende heuvels de waterkleur heeft veranderd. Maar Bonaire heeft in het verleden wel vaker jaren gekend met overvloedige regen en toen trad die kleurverandering niet op.

Boze tongen beweren dat olie vanuit het BOPEC terrein het Gotomeer insijpelt. Bonaire is een koraaleiland en de gehele toplaag bestaat dan ook uit versteend koraal. Deze materie is goed doordringbaar voor (verontreinigd)water. Met andere woorden, alles wat je op het land van Bonaire dumpt komt uiteindelijk in het water (zee en binnenmeertjes) terecht.

Vooralsnog is er nog geen onderzoek naar de waterkwaliteit van het Gotomeer gedaan. Laten we maar hopen dat de modder het water heeft verkleurd en dat het van tijdelijke aard is. En dat uiteindelijk de flamingo’s het Gotomeer weer in groten getale weten te vinden!
Reactie
Zou het kunnen dat alle smog en asresten van de brand, de hele omgeving besmeurd heeft? En dat daardoor de natuur een klap heeft gekregen, waar het nog jaren voor nodig heeft om te herstellen. Er was met die brand zo'n zwarte lucht zichtbaar en kan dus makkelijk de omgeving bevuild hebben. Ik hoop dat we wat zuiniger worden op de natuur van Bonaire!!! 
Margareth
Ga direct naar:
Archief columns

 

Last minutes & aanbiedingen
Aanbieding en Lastminute naar Bonaire

Direct naar het overzicht!