Facebook Twitter

Landhuis Witte Pan

Het leeuwendeel van de bezoekers aan Bonaire heeft een duidelijke agenda; zij willen de onderwaterwereld van het Nederlandse duikeiland gaan verkennen. Daar zullen zij overigens niet snel teleurgesteld in raken; de koraalriffen van Bonaire zijn van een ongeëvenaarde schoonheid.

Laat onverlet dat Bonaire veel meer te bieden heeft, óók voor geschiedenis- en cultuurliefhebbers is het een prima reisdoel. Zo is het Caribische eiland gezegend met twaalf eeuwenoude landhuizen oftewel plantagehuizen. In vergelijking tot het aantal landhuizen op Curaçao is dat overigens niet veel. Op het grootste ABC-eiland zijn namelijk nog honderdzevenenvijftig historische landhuizen te bezichtigen.

Omdat er zo weinig landhuizen op Bonaire aanwezig zijn, is men op het eiland erg zuinig op diens landhuizen. Eén van de mooiste landhuizen van Bonaire bevindt zich in het zuiden van het eiland, tussen de beroemde zoutpannen: Landhuis Witte Pan. Landhuis Witte Pan staat pal naast de witte slavenhuisjes.

Landhuis Witte Pan

Zoals de naam al doet vermoeden heeft Landhuis Witte Pan een witte kleur. Dat is overigens vrij uitzonderlijk. Vanaf 1817 was het namelijk verboden om de buitenmuren van de landhuizen wit te schilderen. Men was namelijk van mening dat men oogletsel zou kunnen oplopen door het reflecterende zonlicht op de witte muren. Het is daarom dat vrijwel alle landhuizen van Aruba, Bonaire en Curaçao een gele of andere kleur hebben. Landhuis Witte Pan is verder afgewerkt met rode en oranje dakpannen.

Landhuis Witte Pan heeft een belangrijke rol gespeeld bij het winnen van zout in de zoutpannen van Bonaire. Landhuis Witte Pan was namelijk het onderkomen van de toezichthouders van het werk dat door de slaven werd uitgevoerd in de witte pan. De zoutpannen van Bonaire werden vroeger in vier delen onderverdeeld: witte pan, rode pan, oranje pan en blauwe pan.

Zout was (en is) nog steeds een heel belangrijk exportproduct van Bonaire. Zout oftewel natriumchoride wordt al millennia lang door mensen gebruikt. Echter vanaf de 15de eeuw ontstond er een ware ‘goldrush’ naar het wit gekleurde mineraal. Dat had één op één te maken met het feit dat men toen tot de ontdekking kwam dat je met zout vlees kon conserveren. Tegenwoordig propt men alle bederfelijke waar in een koelkast, uiteraard had men vroeger die optie niet. Door de inzet van zout, wordt water aan het vlees onttrokken, waardoor je het vlees langer kunt bewaren.

Doordat het zuiden van Bonaire is gezegend met natuurlijke zoutpannen, is dat deel van het eiland uitzonderlijk geschikt voor het op een gemakkelijke manier oogsten van zout. De West-Indische Compagnie (WIC) zag dat ook en zette honderden slaven in om het zout uit de pannen te schrapen. Dat was extreem zwaar werk, onder extreem ware omstandigheden. In totaal hebben de slaven meer dan vijftig miljoen kilogram zout uit de pannen geschept en op de schepen geladen die voor de zuidkust van Bonaire lagen te wachten. Deze schepen brachten het witte goud vervolgens naar Nederland.

Sinds 1966 oogst Cargill het zout uit de Bonairiaanse zoutpannen. Deze Amerikaanse multinational heeft het een stuk gemakkelijker. Met immens grote bulldozers wordt het gedroogde zout bij elkaar geschoven en middels transportbanden op de wachtende vrachtschepen gestort.